Hoe ontstaat een vlinder?
Eerst ontmoeten een mannetjesvlinder en een vrouwtjesvlinder elkaar. Ze paren, en daarna gaat het vrouwtje op zoek naar een speciale plant. Elke soort vlinder heeft een eigen lievelingsplant. Zo’n plant noemen we een waardplant.
Als ze een goede plant gevonden heeft, legt het vrouwtje daar haar eitjes op. Soms legt ze er één, soms wel meer!
Na een tijdje komen uit de eitjes kleine rupsen. Die hebben honger! Ze beginnen meteen met eten aan de plant waar ze op zijn geboren. Rupsen eten namelijk alleen hun eigen soort plant.
Omdat ze zoveel eten, groeien rupsen snel. Hun huidje wordt dan te klein en barst open. Onder dat oude jasje zit al een nieuw vel! Dit gebeurt ongeveer vijf keer – dat noemen we vervellen.
Als de rups groot genoeg is, verandert hij in een pop. Binnen in de pop gebeurt er iets heel bijzonders: de rups verandert in een vlinder. Dit heet een metamorfose.
Als de vlinder klaar is met groeien, komt hij uit de pop gekropen. Nu gaat de vlinder op zoek naar bloemen om nectar te drinken en misschien wel een vriendje of vriendinnetje om zelf eitjes mee te maken. En zo begint het allemaal weer opnieuw!
