Glanskop
Poecile palustris palustris
Habitat
In Europa komt de Glanskop van Groot-Brittannië en Frankrijk tot in Rusland voor, en van Scandinavië tot in het noorden van Spanje en Italië.
In veel delen van het verspreidingsgebied bewoont de Glanskop gemengde bossen, eikenbossen en beukenbossen. Daarnaast bestaat de natuurlijke habitat uit laaglanden tot bergachtige gebieden met volgroeide loofbossen en bossen met relatief veel dode of rottende bomen met open ondergroei.
Uiterlijk


Dieet
De Glanskop is een omnivoor. Dit betekent dat het dieet zowel uit plantaardig als dierlijk materiaal bestaat.


Broeden
De Glanskop hanteert een monogaam paringssysteem, waarbij de paarband voor het leven duurt. De broedperiode vindt tussen eind maart en juni plaats. Tijdens het paringsritueel zal het mannetje het vrouwtje voeden. Wanneer het vrouwtje positief reageert, zal zij met de vleugels klapperen en bedelkreten maken.
Het vrouwtje bouwt het nest tot op een hoogte van 10 meter boven de grond in een gat van een boom of stronk. Het nest bestaat uit een beker van mos, plantaardig materiaal, dierenhaar en veren. Aangezien de Glanskop een secundaire holenbroedvogel is, graaft deze vogelsoort geen gaten uit, maar maakt het nest in bestaande gaten.
Het vrouwtje legt 5 tot 11 eieren en broedt deze in 13 tot 17 dagen uit. In deze periode voorziet het mannetje haar van eten. Wanneer de kuikens uitkomen, verkrijgen zij van beide ouders eten. Na 16 tot 20 dagen vliegen de jongen uit, waarbij ze nog 7 dagen door de ouders gevoed worden. 15 dagen na het uitvliegen zullen de jongen het territorium van de ouders verlaten.



