Groot koolwitje
Pieris brassicae
Habitat
Het Groot koolwitje komt in geheel Nederland voor. Deze vlindersoort bewoont bosranden, houtwallen, ruigten, tuinen, moestuinen, parken en bloemrijke graslanden. In Nederland vliegt het Groot koolwitje in 2 tot 3 generaties. De eerste generatie zie je van begin mei tot midden juni. De tweede generatie spot je van begin juli tot begin september. Wanneer er een derde generatie komt, dan vliegen deze uit in september en oktober. De nakomelingen van de tweede en derde generatie zullen overwinteren in de pop.
Uiterlijk
Levenscyclus
Het Groot koolwitje blijft 4 tot 7 dagen in het ei. Wanneer de Groot koolwitje uit het ei komt, is deze vlindersoort nog een rups. De rups leeft 13 tot 24 dagen, waarna de rups zich gaat verpoppen. De verpopping van de eerste generatie duurt 8 tot 16 dagen. De tweede generatie blijft 160 tot 330 dagen in de pop. De eerste generatie leeft 13 tot 26 dagen als vlinder. De tweede generatie leeft 280 tot 360 dagen als vlinder.
Waardplanten en nectarplanten
Waardplanten zijn speciale planten waar vlinders, zoals het Groot koolwitje, hun eitjes op leggen. Als de eitjes uitkomen, eten de rupsen van die planten. Zo groeien de rupsen totdat ze groot en sterk zijn om te veranderen in vlinders. Hierom zijn waardplanten van essentieel belang voor het voortbestaan van vlindersoorten, want zonder waardplanten zijn er geen rupsen en dus uiteindelijk ook geen vlinders.
Elke vlindersoort heeft zijn eigen favoriete planten. Het Groot koolwitje voedt zich met Judaspenning (Lunaria annua), Damastbloem (Hesperis matronalis), Koolzaad (Brassica napus), Oost-Indische kers (Tropaeolum majus), Knopherik (Raphanus raphanistrum), Kool (Brassica oleracea), Zeeraket (Cakile), Zandkool (Diplotaxis) en Waterkers (Rorippa) als waardplant.
De meeste vlindersoorten, zoals het Groot koolwitje, hebben nectar nodig om te overleven. Nectar halen de vlinders uit nectarplanten. Nectar is een stroperig vocht dat afkomstig is uit bloemen. Dit vocht bevat veel suiker, kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines. Nectar levert de energie die het Groot koolwitje nodig heeft om te kunnen vliegen.
Het Groot koolwitje voedt zich met verschillende nectarplanten, zoals Vlinderstruik (Buddleja), Lavendel (Lavandula), Ijzerhard (Verbena bonariensis), Rode klaver (Trifolium pratense), Distel (Carduus) en Luzerne (Medicago sativa).
Om het Groot koolwitje te helpen in de natuur, kun je (een aantal van) deze plantsoorten in je tuin aanplanten. Bij voorkeur plant je zowel waard- als nectarplanten zodat je de rups en de vlinder helpt.
Opgelet bij sommige plantsoorten
Knopherik (Raphanus raphanistrum) is eetbaar, maar de stengels zijn taai. De zaadjes zijn enkel giftig bij een te hoge inname.
