Skip to content Skip to footer

Dagpauwoog

Inachis io

Habitat

De Dagpauwoog komt in geheel Nederland voor. Deze vlindersoort leeft in een diversiteit aan biotopen, zoals ruige graslanden, bloemrijke randen van bos- en heidegebieden, dijken en tuinen. De Dagpauwoog spot je dikwijls tussen eind maart en begin juni, en van midden juni tot eind augustus.

Uiterlijk

Levenscyclus

De Dagpauwoog blijft 5 tot 14 dagen in het ei. Wanneer de Dagpauwoog uit het ei komt, is deze vlindersoort nog een rups. De rups leeft 15 tot 30 dagen, waarna de rups zich gaat verpoppen. De verpopping duurt 10 tot 16 dagen. Wanneer de Dagpauwoog niet overwintert, zal het leven voor 25 tot 60 dagen. Een overwinterde Dagpauwoog leeft voor 280 tot 360 dagen als vlinder. 

Waardplanten en nectarplanten

Waardplanten zijn speciale planten waar vlinders, zoals de Dagpauwoog, hun eitjes op leggen. Als de eitjes uitkomen, eten de rupsen van die planten. Zo groeien de rupsen totdat ze groot en sterk zijn om te veranderen in vlinders. Hierom zijn waardplanten van essentieel belang voor het voortbestaan van vlindersoorten, want zonder waardplanten zijn er geen rupsen en dus uiteindelijk ook geen vlinders.

Elke vlindersoort heeft zijn eigen favoriete planten. De Dagpauwoog maakt gebruik van de volgende waardplanten: Grote brandnetel (Urtica dioica), Glaskruid (Parietaria) en Kleine brandnetel (Urtica urens).

De meeste vlindersoorten, zoals de Dagpauwoog, hebben nectar nodig om te overleven. Nectar halen de Vlinders uit nectarplanten. Nectar is een stroperig vocht dat afkomstig is uit bloemen. Dit vocht bevat veel suiker, kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines. Nectar levert de energie die de Dagpauwoog nodig heeft om te kunnen vliegen.

De Dagpauwoog voedt zich met verschillende nectarplanten, zoals Vlinderstruik (Buddleja), Gelderse roos (Viburnum opulus), Klimop (Hedera helix), Lavendel (Lavandula), IJzerhard (Verbena bonariensis), Sleedoorn (Prunus spinosa), Klein hoefblad (Tussilago farfara), Paardenbloem (Taraxacum officinale), Akkerdistel (Cirsium arvense), Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) en Peen (Daucus carota).

Wanneer je de Dagpauwoog wil helpen, plant je (een aantal van) deze plantsoorten in je tuin.

Opgelet bij sommige plantsoorten

Het stuifmeel van de Kleine brandnetel (Urtica urens) kan een allergische reactie veroorzaken. De plant is niet giftig.

Alle delen van de Gelderse roos (Viburnum opulus) zijn giftig voor mensen.

Klimop (Hedera helix) bevat bessen, die giftig zijn voor mensen. Inname van de bessen zorgt voor huiduitslag, koorts, braken, buikpijn en een suf gevoel.

De bessen van de Sleedoorn (Prunus spinosa) zijn weinig giftig. Bij een inname van minder dan 10 bessen volstaat het om wat water te drinken.

Klein hoefblad (Tussilago farfara) is giftig en bij inname zorgt het voor leverschade. Daarnaast is deze plant ook kankerverwekkend bij inname.

De bloemen, bladeren en wortels van de Paardenbloem (Taraxacum officinale) zijn eetbaar. De stengels echter niet.