Tropisch


Tropisch

Een  rondleiding door de dierenwereld van Mondo Verde .

Aan de diversiteit van planten en dieren wordt in Mondo Verde veel aandacht besteed; in de voorbije jaren zijn talloze soorten planten, struiken en bomen in de tropenhal aangeplant.

Dit zorgt ervoor dat er een natuurlijk leefomgeving is ontstaan voor diversen dieren. Zo leven er verschillende paartjes neushoornvogels in passende verblijven geïntrigeerd in het tropenhuis. Er leven onder andere:

De bruinwangneushoornvogel bycanistes subcylindricus, de Zilverwangneushoornvogel ceratogymma brevis maar een van de zeldzaamste neushoornvogels is de Fluitneushoornvogel bycanistes fistulator sharpy.

Het broedgedrag van de neushoornvogel is erg bijzonder.

Neushoornvogels hebben een bijzonder broedgedrag. Na de bevruchting kruipt de pop in een holte in een boom, die vervolgens praktisch wordt dichtgemaakt door haar. Met modder, mest en plantaardig materiaal metselt ze het hele gat dicht tot er alleen nog een smalle spleet overblijft. Daardoor voert de man de pop, die de eieren bebroedt. Na ruim 3 a 4 weken komen de jongen uit; meestal 3 of 4. De man krijgt het dan erg druk, hij voert maandenlang de pop en de jongen in zijn eentje, pas als de jongen 7 of 8 weken oud zijn, komt de familie naar buiten.

Als u verder loopt komt u verschillende papegaaien tegen met alle kleuren die je je maar kunt voorstellen, deze papegaaien blijven op hun boomtoppen zitten maar als u goed oplet ziet u er ook een aantal losvliegen.

Kenmerkend aan papegaaiachtigen is een sterke korte kromme snavel die zeer geschikt is voor het kraken van harde zaden en noten. De ondersnavel kan onafhankelijk van de bovensnavel worden bewogen. Papegaaien hebben een korte hals en vier tenen, waarbij twee tenen naar voren staan en twee naar achteren. Dit maakt de vogels tot zeer goede klimmers. Bij het klimmen wordt ook de snavel gebruikt.

 Verder leven er een groep rode Ibissen eudocimus ruber samen met rode lepelaars platalea ajaja en flamingo’s phoenicopterus roseus.

Deze vogels staan bekend om hun specifieke voedsel wat ze nodig hebben. De Ibissen en lepelaars eten vooral insecten, vliegen, larven, weekdieren, schaaldieren, wormen, kikkers en kleine vissen. Als aanvulling op dit dierlijke dieet willen ze soms ook wel planten zoals algen, stukken van waterplanten en overig plantaardig materiaal eten.

En de flamingo’s eten vooral plantaardig materiaal. In grote zoutwatermeren filteren ze vooral algen (Spirulina spp.) met kleine garnaaltjes en andere ongewervelde diertjes uit het water.
Bij het verstrekken van voedsel in gevangenschap zijn er korrels verkrijgbaar waar ze alle bestanddelen uit  kunnen filteren met hun snavel zodat de flamingo’s een complete voeding krijgen.

Tijdens uw ontdekkingstocht door onze tropen komt u ook een verblijf met Brilkaaimannen caiman crocodilus tegen. Deze brilkaaimannen zijn ongeveer geboren in 2009/2010 dus nog niet helemaal volwassen.

 De voortplanting van de Brilkaaiman.

 Vrouwtjes zijn waarschijnlijk na 4 tot 7 jaar volwassen, afhankelijk van de populatie. De 14 tot 40 eitjes (meestal ca 22) worden in een nest afgezet en bedekt met plantaardig materiaal, na drie maanden komen ze uit. De vrouwtjes delen de nesten wel eens, om ze efficiënter te kunnen bewaken. Ook is bekend dat vrouwtjes elkaars jongen bewaken. De eitjes komen uit in het natte seizoen waardoor er voldoende voedsel voor de jongen is.

Loopt u nu verder door de tropen en u komt een witoorpenseel aapje callithrix jacchus tegen dan is deze zeker niet ontsnapt maar leeft in alle vrijheid in de tropenkas.

Witoorpenseel aapjes vallen onder de familie van de klauwaapjes en zijn dagdieren. Ze leven in de bomen en in de ondergroei. 's nachts slapen ze in boomholten of op gevorkte takken. Met snelle en vaardige bewegingen en sprongen bewegen ze zich op een eekhoornachtige manier snel tussen de takken. Ze eten voornamelijk kleine zoete vruchten, bloemen, nectar, plantensappen als gom en het sap van de Braziliaanse rubberboom, en knoppen, en dierlijk voedsel als insecten, (voornamelijk sprinkhanen, kevers en wandelende takken) spinnen en slakken. Klauwaapjes zijn een belangrijke verspreider van zaden. Boskap is de grootste bedreiging voor de klauwaapjes. Vooral de soorten uit het Atlantisch regenwoud, waaronder de leeuwaapjes, en soorten met een beperkt leefgebied worden bedreigd. Hier zullen onze witoortjes zich geen zorgen om maken.

Loopt u nog verder neem een kijkje bij onze geboren dieren in de babykamer. Hier helpen we jongen zelfstandig te kunnen leven zodat ze later weer terug in het park kunnen of naar andere instanties zoals dierentuinen c.q. kwekers gaan .Dit alles doen we om de soorten te behouden.

Let natuurlijk op want er leven veel meer dieren in onze tropenkas zoals witgezicht oeistitie’s. leguanen, schilpadden (water-en land), lori’s, reuzetoekans, koi karpers, kluten enz enz.

  

Galerij Tropisch