Tropen Park


Het tropische paradijs van Mondo Verde

Aan de diversiteit aan planten en dieren wordt in Mondo Verde veel aandacht besteed: in de voorbije jaren zijn talloze soorten planten, struiken en bomen in de tropenhal aangeplant, die verderop staan beschreven bij de “Selectie van bijzondere flora in ons tropisch vogelparadijs”. Natuurlijk zijn hier talloze vogels te zien, zoals toekans, neushoornvogels en toerako’s. Verder zijn er reptielen en amfibieën zoals water- en landschildpadden te zien.

In het tropisch regenwoud leven vele plant- en diersoorten. Het regenwoud is zelfs het soorten rijkste ecosysteem ter wereld, en ook het oudste. Sommige Aziatische wouden zijn meer dan 100 miljoen jaar oud, en stammen daarmee uit de tijd van de dinosauriërs. De dichte begroeiing en de bijna constante bewolking zorgen ervoor dat de temperatuur niet zo extreem is als bijvoorbeeld in de woestijn: de bomen en wolken houden overdag de felle zon tegen en 's nachts zorgen ze ervoor dat de warmte van de dag niet ontsnapt. De dichte begroeiing zorgt bovendien voor beschutting, zodat kleinere prooidieren zich goed kunnen verstoppen voor de grotere roofdieren. Dit natuurlijke gedrag is genetisch geprogrammeerd en kan zelfs in de nagebootste, natuurgetrouwe Tropenhal bestudeerd worden.

Het tropische regenwoud beïnvloedt in grote mate het klimaat, óók in gematigde streken. Zonder de aanwezigheid van regenwouden zou het op aarde veel droger zijn. De grote hoeveelheden regenwater verdampen snel door het warme klimaat, en regenen vervolgens weer neer op het regenwoud. Soms herhaalt deze kringloop zich wel 5 tot 7 keer per dag. Daarnaast zorgt het woud zelf ook voor regen. In het Amazonegebied bijvoorbeeld wordt de helft van de regen die valt, geproduceerd door bomen in het regenwoud. Ook hier in de tropenhal van Mondo Verde staat om de zoveel tijd de regendouche aan om een natuurlijke situatie na te bootsen.

De tropische regenwouden met al hun diversiteit worden bedreigd door houtkap en andere menselijke activiteiten, hierdoor is het enorm belangrijk om hier welbewust mee om te gaan. Akkers die op tropische bosbodems worden aangelegd zijn zonder een goed (nutriënten) management na een paar jaar uitgeput, waardoor men ergens anders opnieuw regenwoud moet kappen om plaats te maken voor akkers. Zo zal er steeds meer kostbare grond verloren gaan.

De meeste tropische bodems zijn kwetsbaar, erosiegevoelig en hebben een beperkte draagkracht. In tegenstelling tot bossen in gematigde gebieden, is in het regenwoud de vruchtbare toplaag erg dun. Dit komt doordat de insecten, bacteriën en schimmels al het organische afval zeer snel omzetten in voedingsstoffen die direct weer door de bomen en planten worden opgenomen. Door deze efficiënte recycling in het regenwoud, bevinden de meeste voedingsstoffen zich niet in de grond, maar in de vegetatie en in de strooisellaag. Als de begroeiing wordt gekapt, spoelt de dunne humuslaag snel weg en blijven er onvruchtbare gedegradeerde bodems over.

Selectie van bijzondere flora in ons tropisch vogelparadijs

De palmvaren (Cycas revoluta) komt oorspronkelijk uit tropisch Azië, tegenwoordig kan hij wereldwijd in vorstvrije gebieden worden aangetroffen. In Mondo Verde zijn zowel een mannelijke als een vrouwelijke plant te zien. Het bijzondere vrouwelijke exemplaar hier kenmerkt zich door de schitterende bloei, waarbij haar bladeren majestueus omhoog staan. Dit is een fraai gezicht dat heel wat fotografen tot extase leidt. De voortplantingsorganen van deze palmen bestaan bij mannelijke planten uit een dikke, lange kegel in het hart van de bladbundel, in het midden van de stam. Een enkele mannelijke kegel kan miljoenen stuifmeelkorrels produceren, bestuiving gebeurt door de wind. Bij vrouwelijke planten zijn de kegels per scheut aangelegd aan de top van de stam, afgewisseld met bundels gewone bladeren. Bij de vrouwelijke kegels zijn de schubben van de kegel bladvormig, lichtbruin en in de onderste helft kunnen zich vijf tot zes zaden met een oranje zaadmantel ontwikkelen. De biotoop van de Cycas revoluta is subtropisch, hier krijgt de plant niet heel veel kou waardoor de plant niet hele lage temperaturen kan verdragen.

De treurvijg (Ficus benjamina) is een boom uit de moerbeifamilie. De plant heeft overhangende twijgen en glanzende, 6-13 cm lange, ovale bladeren met een toegespitste punt. In tropische omstandigheden vormt de treurvijg een erg grote en statige boom, maar kan ook worden aangeplant in parken en andere stedelijke omgevingen zoals langs brede wegen. Voor dit doel wordt de plant veel gecultiveerd. In het wild kan de boom 30 m hoog worden, in Mondo Verde is een heel bijzondere super bonsaiversie te zien van zo’n 2,5 tot 3 m hoog. Het is ook een populaire kamerplant in gematigde klimaten, vanwege zijn elegante groei en tolerantie voor moeilijke groeiomstandigheden. De plant gedijt het beste onder zonnige omstandigheden, maar kan ook in de schaduw gedijen.

De wandelpalm ontleent zijn naam aan de karakteristieke eigenschap dat deze geen gewone wortels maar luchtwortels heeft, die uit de stam naar beneden groeien. Doordat de wortels ontspringen en groeien in de richting van het licht en water, kan deze boom zomaar enkele centimeters per jaar “wandelen”. Het vocht in de voet van de boom kan op eenvoudige wijze onttrokken worden, in de holtes die ontstaan in de voet hoopt zich namelijk water op dat gewoon gedronken kan worden. Inheemse stammen uit vroegere tijden maakten veel gebruik van deze natuurlijke bron. Ook wandelaars die nu onverhoopt in de tropen zonder water komen te zitten, gaan op zoek naar deze boom om te overleven.

 

Galerij Tropen Park