Oostenrijks


Oostenrijks

Oostenrijk in Mondo Verde

De Alpen strekken zich over een groot deel van Oostenrijk uit: driekwart van het land behoort tot dit berggebied. Oostenrijk staat niet alleen bekend om hoge bergen, maar ook om uitgestrekte Alpenweides vol sappig gras en talloze bloemsoorten. De typische Alpendierenwereld leeft boven de boomgrens (1725–2400 m). De lucht is hier ijl, de temperatuur laag. Een ideale leefomgeving voor de Vale gier dus die zich hier ook succesvol voortplant.

De wereldpopulatie is niet gekwantificeerd. De aantallen nemen toe, maar zijn sterk afhankelijk van de manier waarop veeteelt wordt bedreven (al dan niet laten liggen van kadavers van vee, niet of wel behandelen met ontstekingsremmers) en de plaatsing van grote windmolens. Voorlopig staat de vale gier als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN

Zoals wel meer aaseters valt de vale gier zo af en toe ook levende runderen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta’s van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd. Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 landbouwers ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden wat er toe leidt dat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in België en Nederland voorkomt als dwaalgast.

De vale gier is de meest indrukwekkende verschijning onder de vogels, met zijn spanwijdte van zo’n 2 meter is dit een heel imposante soort. Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30-2,65 m, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 6 tot meer dan 10 kilo. Anders dan bij arenden lijkt de kop klein, deze wordt in vlucht naar beneden gekromd. De vale gier is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn wit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen (de 'dragende' veren op de vleugels waar mee gevlogen wordt) en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort. De vale gier komt voor in Zuidwest Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen in onder andere de Pyreneeën en Alpen voor, en wel in Spanje, Portugal en Frankrijk, Oostenrijk.

De oehoe is een van de grootste uilensoorten ter wereld. Oehoes leven in bossen en op vlakten, ze zijn erg plaatstrouw. De oehoe komt voor in Noorwegen, Finland en vrijwel het gehele Europese continent van het uiterste oosten van Rusland tot aan Gibraltar. In Nederland leven oehoes in Limburg en Gelderland. Er zijn veel verschillen in lichaams- grootte tussen de beide seksen, vrouwtjes zijn bijvoorbeeld forser en breder in de schouders. Vrouwtjes vallen al rustend op een uitkijkpost vrijwel direct op door hun ietwat afhangende verenkleed, dat 'te groot' lijkt. Mannetjes maken over het algemeen een 'atletische' indruk met vleugels die strak op het lijf gedragen worden. De oehoe is door zijn grootte, zijn massieve lichaam en dikke kop met geen andere uilensoort in Europa te verwarren. Kenmerkend aan het gezicht van de oehoe zijn de grote ogen en de vaak lange oorpluimen. De oehoe is als opportunistisch jager net zo verrassend voor zijn onderzoekers als voor zijn prooien. De oehoe overvalt kraaiachtigen, roofvogels en uilen op hun slaapplaatsen, na hen eerst enige tijd gade te hebben geslagen vanaf een gedekte uitkijkplaats. De oehoe kan urenlang muisstil op een uitkijkplaats blijven zitten 'roesten' tot er een grote prooi langs komt kruipen. In een duikvlucht vat de uil de prooi dan meestal in het nekvel om het op de plukplaats te ontdoen van veren en huid. De maximale leeftijd is 70 jaar. De Oehoe’s in Mondo Verde zijn geschonken door het min LNV, het zijn dieren die door de overheid zijn in beslaggenomen bij particulieren.

 

Galerij Oostenrijks