Japan


Japan

Japan van Mondo Verde

Lichte bouwwerken zijn heel kenmerkend voor de originele Japanse bouwstijl, zo ook het theehuis dat in Mondo Verde in de Japanse tuin is gebouwd. Deze theehuizen spelen een grote rol in de Japanse cultuur, omdat hier de traditionele theeceremonies worden gehouden. Deze bouwsels werden opgetrokken uit natuurlijke materialen zoals natuursteen, hout, bamboe, klei en papier. Op het dak liggen kleipannen en rode dakleien. Een dergelijk theehuisje ligt ver in een tuin, zodat de gast bij het betreden van de tuin, op weg naar het theehuisje, in een andere wereld terecht komt. Door een lage opening moesten bezoekers gebukt (en vroeger ook zonder wapens) en meestal op de knieën het huisje binnengaan. Deze wijze van binnengaan bevorderde het gevoel van nederigheid. In het Japan van Mondo Verde gedijen de typische bomen en planten goed, omdat ze net als in het Verre Oosten op de hellingen hier op een licht beschutte plaats en beschermd staan.

De urbanisatie van Japan groeit gelijk op met de toenemende welvaart, ook hier heeft ontbossing zijn tol geëist waardoor de oorspronkelijke diversiteit aan plant- en diersoorten minder groot is. Naarmate de inwoners het beter krijgen, belet de stedelijke omgeving hen om dagelijks omringd te worden van de pracht en praal die de natuur hen eigenlijk normaal gesproken wel te bieden heeft. Daarmee groeit de behoefte om de natuur in huis te halen.

De toenemende levensstandaard heeft dus tot gevolg dat meer en meer mensen overgaan tot de aanschaf van huisdieren die van origine ergens anders vandaan komen. Met name bepaalde vogelsoorten zijn populair, omdat deze relatief eenvoudig te huisvesten zijn en bovendien door hun kleurenpracht en zangtalenten zorgen voor een welkome aanvulling in het dagelijkse leven.

Hoewel het misschien niet logisch lijkt dat dit juist in Europa gebeurt, worden hier al decennialang talloze papegaaisoorten gekweekt die grotendeels voor de export naar Azië bestemd zijn. Dit heeft te maken met de enorme kennis die in Europa opgebouwd is over het fokken en kweken van zowel inheemse als uitheemse diersoorten. Zo ook van papegaaien. Het voordeel van deze gecontroleerde fok is dat er minder wilde vogels uit hun thuisgebied gevangen hoeven te worden en de natuurlijke vogelstand minder onder druk komt te staan. Deze specifieke handel naar Japan wordt gesymboliseerd door het grote papegaaienverblijf in Mondo Verde, waar diverse soorten bij elkaar gehuisvest zijn.

Ook planten worden in toenemende mate verhuisd van hun oorspronkelijke plek naar een nieuwe bestemming, denk maar aan siertuinen die worden uitgerust met exotische begroeiing als de Japanse esdoorn. Voor de inwoners van Japan is dit een manier om handel te bedrijven met wat de natuur ze geeft, vooral in welvarende landen zijn er talloze Japanse tuinen aangelegd om je te laten wanen dat je aan de andere kant van de wereld bent. Andersom werkt dit trouwens net zo: de Japanners willen zelf ook graag een stukje buitenland naar zich toehalen om de indruk te wekken dat ze bijvoorbeeld in het Italië vertoeven, of waar dan ook.

Een selectie van bijzondere flora in Japan

De natuur op de eilanden van Japan bestaat uit steile bergen (waaronder de beroemde vulkaan Fuji), korte rivieren, beboste hellingen, onregelmatige, mooie meren en kleine, vruchtbare vlaktes. Ongeveer tweederde van het landoppervlak is bedekt met bossen, in de bergen wordt door middel van terrasbouw zoveel mogelijk land in gebruik genomen voor de landbouw.

De Japanse notenboom (Ginkgo biloba) wordt ook wel tempelboom genoemd. De plant wordt gezien als een levend fossiel vanwege het feit dat het de enige overgebleven soort is van zowel het geslacht Ginkgo als de familie Ginkgoaceae na de Hiroshima ramp vorige eeuw. Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke exemplaren dan mannelijke, dit komt doordat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: de (vrouwelijke) vruchten verspreiden namelijk een onaangename geur. Het verschil tussen beide geslachten is alleen te zien wanneer de boom in bloei staat. De boom groeit onregelmatig en wordt circa 40 meter hoog.

De Japanse esdoorn (Acer palmatum dissectum) heeft een grote sierwaarde. Vooral de herfstkleuren van de esdoornbladeren zijn bekend (denk aan de Canadese vlag), deze fraaie herfstkleuren zijn beperkt tot slechts enkele soorten. Omdat de esdoorn een snel groeiende boom is die ook na snoeien weer snel doorgroeit, is hij ook wel geschikt voor het vormen van hagen. Enig nadeel is dat hij 's winters kaal wordt. De vrucht is voorzien van een grote vleugel en wordt ook wel 'helikoptertje' genoemd. Er zitten twee vruchten aan één steeltje, zodat de vleugels tegenover elkaar staan en zo een goede verspreiding door de wind geven. Uit esdoorns (vooral de suikeresdoorn) wordt ook stroop gemaakt, verder is het hout zeer bruikbaar voor meubels en vloeren. Het hout van de esdoorn is dan ook veel gebruikt in traditionele Japanse huizen en gebouwen. Het soort esdoorn in Mondo Verde (Acer palmatum dissectum purpurea) is door zijn rode kleur heel bijzonder.

De bonsai is een heel bekende Japanse term dat letterlijk 'boom in pot' betekent. Het woord heeft betrekking op een door manipulatie klein gehouden plant die de illusie wekt een groot en oud exemplaar te zijn. Dit wordt in de praktijk bereikt door taksnoei, wortelsnoei, kweken in kleine potten en door stengels en stammen in de gewenste vorm te laten groeien. Zo kan een boom, die onder natuurlijke omstandigheden uitgroeit tot een tientallen meters hoog exemplaar, een sierlijke plant worden op kamerplantformaat.

Ook Mondo Verde heeft enkele bonsai, onder meer deze drie bijzondere exemplaren:
De venijnboom (Taxus baccata) is een conifeer uit de taxusfamilie (Taxaceae) en wordt vaak met kortweg 'taxus' aangeduid. De venijnboom komt van nature voor in het zuidwesten van Azië, Europa en Noord-Afrika. Het exemplaar hier is de taxus baccata media hicksii.
De kleinbladige iep (Ulmus geisha) heeft een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem en verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Deze plant is in haar jonge jaren eenvoudig met allerlei vaste planten te combineren. Later alleen nog maar met 'bosrand' en 'bosplanten'.
De hulst (Ilex crenata Convexa) bloeit met witte onopvallende bloemen gevolgd door kleine zwarte bessen. Deze hulst is wintergroen met opvallend kleine, bolstaande bladeren.

Loodkruid (Ceratostigma) is een klein geslacht uit de strandkruidfamilie. Ceratostigma willmottianum is vernoemd naar de Britse tuinvrouw Ellen Willmott. Zij vergaarde ruim 100 jaar geleden haar roem met buitengewone plantenkennis. Enorme uitgaven ten behoeve van het onderhoud van haar tuinen, het steunen van plantenexpedities en de illustraties in haar boeken, deden het enorme fortuin dat ze had opgebouwd, weer afnemen tot nul.

 

Galerij Japan