Engeland


Engeland

Engeland in Mondo Verde

De florale focus in dit land ligt met name op bijzondere bomen en typische zomerbloeiers. De Engelse stijl heeft twee gezichten: enerzijds de statige formele tuinen die vele landhuizen sieren, anderzijds de wilde stijl van de typische Engelse tuin die de gewone man achter zijn cottage aanplantte. Beide stijlen zijn vertegenwoordigd in Mondo Verde, waardoor bezoekers zich een goed beeld kunnen vormen van deze 2 types Engelse tuin. In Engeland heeft Mondo Verde ook glooiende heuvels en karakteristieke waterpartijen aangelegd, waar bezoekers over stenen bruggetjes worden geleid naar de verschillende delen van de tuinen.

Een selectie van bijzondere bomen in Engeland

De Paulownaboom(Paulownia tomentosa) is genoemd naar de dochter van tsaar Paul I, Anna Paulowna Romanov (1795 - 1865). Zij trouwde in 1816 met koning Willem II (1792 - 1849) en had oog voor bijzondere, extravagante bomen en heesters. Haar voorkeuren moesten waar mogelijk een plaatsje in de tuinen van paleizen krijgen, de paarsblauwe trompetvormige geurende bloemen van de Paulownaboom hebben ook wel wat koninklijks.
Het is een snelgroeiende boom en zeker een boom die thuishoort in een middelgrote tuin en in een parkachtige aanleg. Buiten de opvallende bloemen trekt ook het grote blad alle aandacht, deze verschijnen pas aan het einde van de bloei. De bloemen, die in mei verschijnen, zijn dus goed zichtbaar.

Taxus is een geslacht van coniferen. Het zijn vrij traag groeiende bomen of struiken die zeer lang kunnen leven. De hoogte kan variëren van 1 tot 40 m en de boomstammen kunnen een doorsnede tot maar liefst 4 m bereiken. Elke kegel bevat één enkel zaad , lijsters en andere vogels verspreiden de harde zaden onbeschadigd via hun uitwerpselen. De rijping van de "besjes" wordt uitgespreid over twee tot drie maanden, om de kans op succesvolle verspreiding van de zaden te verhogen. Alle soorten taxus bevatten het hoogst giftige taxine, alle delen van de boom behalve de "bessen" bevatten deze giftige substantie. De besjes zijn eetbaar en zoet, maar het zaad is erg giftig. In tegenstelling tot vogels kan de menselijke maag de zaadhuid afbreken en taxine vrijgeven in het lichaam. Dit kan fatale resultaten hebben als de zaadmantels zonder de zaden eerst te verwijderen worden gegeten. De grazende dieren, in het bijzonder vee en paarden, worden ook soms dood gevonden dichtbij taxus na het eten van de bladeren.

De Chinese vernisboom (Koelreuteria sinensis), deel van de zeepboomfamilie (Sapindaceae), kan tot 17 m hoog worden maar wordt meestal niet hoger dan 7 m. Deze boom kenmerkt zich door een ronde, open kroon en bladeren met een diep gekartelde bladrand. De jonge bladeren zijn roodgroen en worden later groen. De herfstkleur van het blad is geel. De Chinese vernisboom bloeit in augustus en september met gele bloemen, die in een 20-40 cm lange pluim staan. De opgeblazen vrucht heeft een bladachtig uiterlijk , de groene kleur verandert in de herfst bij het rijp worden in oranje tot roze. De donkerbruine tot zwarte zaden zijn 5-8 mm groot en kunnen geroosterd gegeten worden.

In Mondo Verde staan zogenaamde leilindes (Tilia), de 3 bolvormige exemplaren bij de vijver worden minutieus in hun kenmerkende spiraalvorm gesnoeid. Dit vergt veel expertise en is ook tijdsintensief. Daarnaast zijn er ruim 10 exemplaren die in een driehoeksvorm worden gesnoeid, waarmee de bomen hun kaarsrechte, strakke lijnen kunnen laten zien. De linde(Tilia) is een geslacht van bomen uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Er worden ongeveer 25 soorten binnen dit geslacht onderscheiden, de diverse soorten kennen daarnaast diverse variëteiten. De linde geldt als een van de grootste loofbomen en heeft zijn biotoop met name in beekdalen. De linde kan zeer oud worden en kan afhankelijk van de variëteit 15 tot 30 meter hoog worden. In juni bloeit de linde rijkelijk en wordt door bijen en hommels bestoven. Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels liggen. Doordat er meer energie bij het rondvliegen verbruikt wordt dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden, verhongeren de hommels.

De beuk (Fagus sylvatica) is een plant uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae) en kan tot 46 m hoog worden. De soortaanduiding sylvatica is afgeleid van het Latijnse 'silva', wat ‘bos’ betekent. Beuken worden vaak in lanen geplant, met hun lange takken vormen ze dan een soort overkapping over de weg. De meer dan 100 jaar oude beuken in Mondo Verde laten hun takken als armen over het water en wandelpaden hangen, dit is een schitterend gezicht dat er voor zorgt dat bezoekers zich wanen in een spannend oerbos. De stam is glad en grijs en is vrij dun, waardoor de boom bij plotse blootstelling aan zonlicht gevoelig is voor schorsbrand. Het blad is veernervig, licht gegolfd en licht glanzend. Bij beukenbossen valt op dat er weinig tot geen ondergroei is, door het dichte bladerdak bereikt maar zeer weinig zonlicht de bodem, terwijl het looizuurrijke blad kruidachtige begroeiing tegengaat. De beuk is eenhuizig omdat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom ontstaan. De beukennootjes worden omsloten door een napje, dat gevormd wordt uit de vruchtbladen en de schutbladen. In elk napje zitten twee nootjes, als de nootjes rijp zijn opent het napje in vier delen en vallen de beukennootjes op de grond. De beukennootjes worden onder andere verspreid door eekhoorns, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk gedijt goed op vochthoudende, goed doorlatende, kalkrijke, leemhoudende bodem. De boom leeft in symbiose met een schimmel (mycorrhiza).

De vaantjesboom (Davidia involucrata) is een loofboom die bekend is om zijn bloeiwijze, waarbij de twee grote schutbladen aan vaantjes doen denken. De boom verspreidt een onaangename geur. De Franse jezuïet Père David ontdekte de boom in China en beschreef deze in 1869. Het geslacht Davidia is naar hem vernoemd. In 1899 stuurde de Engelse Veitch’s kwekerij hun medewerker Ernest Wilson naar China om zaden van de boom te verzamelen. De boom bleek echter gekapt en hij verzamelde vruchten van andere bomen, die later de Davidia involucrata bleken te zijn.

Een selectie van bijzondere bloemen en planten in Engeland

Rudbeckia sullivantii goldsturm is waarschijnlijk de bekendste tuinplant. Het is een plant die vooral in de volle zon op z'n plaats is, maar ook goed bloeit in de halfschaduw. De bloei duurt bijna drie maanden en ook in de winterperiode mogen de uitgebloeide stengels met hun donkere bloemhoofdjes worden gezien. In de winter blijft het blad vaak aan de plant en nog mooi groen ook. Aan de voet van de plant zitten altijd nieuwe bladeren voor een nieuw groei- en bloeiseizoen. Rudbeckia is populair omdat het een van de sterkste vaste planten is en bovendien een uitstekende snijbloem. Het is een compact groeiende vaste plant, die bijna in blokvorm groeit.

Pampasgras (Cortaderia) zijn planten van grasvlaktes (pampa's) en bergen. In onze tuinen staan vooral de vrouwelijke exemplaren, de vrouwelijke pluimen zijn wat groter en meer pluizig, dit is over het algemeen fraaier dan de vuilwitte pluimen van de mannelijke planten. De randen van de grashalmen zijn vlijmscherp: cortador is Spaans voor snijder. De planten zijn goed bestand tegen vorst en wind (zelfs zeewind) en kunnen groeien op vrijwel elke grondsoort. Van oorsprong is het gras niet gewend aan veel vocht in de winter. Met zijn statige voorkomen gedurende een groot deel van het jaar is het een uitstekende solitair.

Ligularia (Senecio clivorum) is familie van de Asteraceae. Het is een opvallende plant, die ook als solitair te gebruiken is en kenmerkt zich door de grote bladeren en dito koppen. De bloemkleur is oranjegeel en de bloeitijd is van ca. juli tot en met augustus. Deze plant is zeer geschikt voor de watertuin in bijvoorbeeld de overgang van water naar land. Ligularia verlangt een zonnige tot licht beschaduwde plek, die vochthoudend tot vochtig mag zijn. Deze plant is in sommige situaties ook bruikbaar als 'borderplant'.

 

Galerij Engeland